Blog

doorFrédérique van Egmond

Positive Behavior Support

Wat doe je dat goed. Wat zit je haar leuk. Wat een leuk vest heb je aan. Mooi gemaakt. Wat loop jij netjes door de gang. Allemaal complimentjes. Soms geef ik ze zelf ook. Ik krijg ze ook wel eens, maar voel me daar vaak ongemakkelijk bij. Vraag me niet precies waarom, ik zou het je niet kunnen vertellen.

Gisterenavond zat ik op de school van Ruben en Jochem voor de eerste ouderavond over Positive Behavior Support. Iets met complimenten en het gedrag van kinderen. Aan het begin van de avond was ik zeer sceptisch. Aan het einde van de avond, ondanks echt wel goede gesprekken met leiding, enkel meer.

PBS zorgt ervoor dat kinderen leren wat gewenst gedrag is. Prima. Het kan geen enkel kwaad om kinderen te leren wat wij eigenlijk van ze verwachten. Je kan wel denken dat ze snappen dat je je jas op moet hangen als je ergens komt, maar ergens moet je dat toch geleerd hebben. En ja, ook die van mij doen dat niet altijd even netjes (ik zal zo mijn jas van de stoel even op de kapstok hangen, wellicht dat dat een beter voorbeeld is). Allereerst kregen we een aantal vragen. Wanneer verwachten we dat er eigenlijk de meeste ordeverstoringen zijn, op welke dag en dan op welke plek. Nou, tada, het is niet op vrijdag in de gang, maar eigenlijk het meeste tijdens de instructie, dus gewoon in de klas, op de maandag, dinsdag en donderdagochtend. OK, dat wil ik best aannemen. Door het gebruik van PBS zou je al snel meer hebben aan je tijd, omdat de kinderen weten wat er van ze verwacht wordt. Als de bel gaat, ga je netjes in de rij staan voor de deur, je hangt snel je jas en je tas op (maar je loopt uiteraard wel rustig in de gang!) en je gaat stil in de klas zitten totdat de juf of meester met de les begint. Ondanks dat ik blij zou zijn als er meer effectieve lestijd is, ben ik niet zo van het geven van complimentjes en juist op het goede te focussen. Ik hoor graag als ik dingen fout heb gedaan (nou ja, graag 😉 ) zodat ik mijn fout kan verbeteren en ervan kan leren. Als de focus ligt op de dingen die goed gaan en die telkens benadrukt worden, ontwikkelen we dan niet straks allemaal kinderen met faalangst? Krijg je niet dat de complimentjes niets meer waard zijn? Aan het einde van de avond moesten we een compliment knutselen voor onze kinderen. Ik stond met mijn knutsels in de hand (ze waren wel leuk, maar niet spectaculair) en ik kreeg een complimentje. Maar in plaats van dat ik blij werd van het complimentje, dacht ik meteen “is het nu een complimentje omdat je het echt leuk vindt wat ik gemaakt heb, of is het omdat je het van de positieve kant gaat bekijken”.

Daar komt bij dat die jongens van mij graag echt duidelijk nodig hebben, maar ze tegelijkertijd ook dromerig zijn. Gaan ze straks inderdaad netjes in de maat lopen, zijn ze dan nog wel zichzelf? Tuurlijk zal het fijn zijn dat alle docenten op alle dingen hetzelfde reageren en het dus niet uitmaakt wie merkt dat je door de gang rent, maar krijgen we straks niet allemaal dertien-in-een-dozijn-kinderen? PBS schijnt heel succesvol te zijn. Men doet het in Amerika al jaren “WAUW, WAT DOE JE DAT GOED, COOL MAN!” en ook in de landen om ons heen zijn ze er mee bezig. Maar het enige wat in mijn hoofd speelt zijn de twijfels, zeker na het zien van dit soort filmpjes:

Is dit serieus de maatschappij waar we naar toe willen? Ik vind het serieus, heel, heel eng deze ontwikkelingen. Aan de ene kant komt er een transitie van de jeugdzorg aan, waardoor psychologische hulp voor kinderen bij de gemeente gehaald moet gaan worden (zitten daar tegenwoordig dan ook al jeugdpsychologen en jeugdpsychiaters?), maar ook de school verliest naar mijn gevoel op deze manier wat veiligheid. Je hebt als ouder geen keuze meer om zelf te beslissen. Je wordt in een Triple-P opvoedpatroon gedrukt, dat begint al op het consultatiebureau, vervolgens neemt de basisschool het over met PBS, wat je uiteindelijk ook thuis moet gaan uitvoeren. Moet je dan als ouder zeggen “tja, ik ga wel mee, want ik wil het voor mijn kinderen niet onduidelijker maken dan het al is, ook al sta ik er niet achter?” Of word je dan meteen aangemeld bij Bureau Jeugdzorg?

Ik voed mijn jongens graag op zoals ze zijn, met hun eigen nukken en hun eigen gedrag, zoals ik dat wenselijk vind. Ik vind het heerlijk hoe ze heerlijk buitenspelen en echte jongens zijn. Natuurlijk horen dat regels bij, elkaar pijn doen is uit de boze en als men op school vindt dat je rustig door de gang moet lopen, dan heb je je daaraan aan te passen. Maar mag ik thuis alsjeblieft zelf beslissen of ik mee wil doen met overdadig veel complimentjes geven, straffen en belonen, stickers plakken en dergelijke?

Net zoals ik zelf nog een keuze moet maken in waar ik op ga stemmen. Welke partij zal naar mijn idee uiteindelijk de beste jeugdzorg kunnen garanderen voor mijn kinderen. In de dertien jaar dat ik mag stemmen, heb ik nog nooit zo’n overduidelijk thema gehad waar ik zoveel belang aan hecht. Maar ook die keuze, welk vakje ik uiteindelijk inkleur, dat is mijn keuze. Want gelukkig hadden ze vroeger geen PBS. Ik loop niet in de maat. Ik geef mijn mening en daar zul je het mee moeten doen. Ik ben mijzelf en niet iets wat een ander vind dat ik moet zijn. En dat, dat wil ik graag mijn kinderen meegeven. Ik hoop dat dat straks nog kan.

 

Nagekomen stuk: Ik werd op dit artikel gewezen. Ook de moeite waard om te lezen.

doorFrédérique van Egmond

Non-inspiratie

Vandaag heb ik totaal geen inspiratie om een leuk verhaal te schrijven of een grappige anekdote te vertellen. Non-inspiratie. Dus ik doe het gewoon niet. Ik ga gewoon lekker televisie kijken en hopen dat ik morgen wel inspiratie heb 😉
Prettig weekend!

doorFrédérique van Egmond

Op naar een nieuw jaar

Morgen gaan we het jaar 2014 in. Dat betekent dat ik de eerste paar weken flink aan het wennen moet omdat ik nog steeds 2013 in mijn hoofd heb zitten. Maar het betekent ook dat ik vandaag oliebollen en appelflappen ga bakken. Jaren geleden is die traditie begonnen, samen met de buurvrouw van de bapaobroodjes oliebollen bakken. Met een ijslepel, zodat ze allemaal ongeveer even groot worden. Emmers vol beslag bij de houtkachel om te laten rijzen. En dan uiteindelijk heerlijke oliebollen. Ik denk niet dat we het daarna elk jaar gedaan hebben (in 2007 was ik bijvoorbeeld hoogzwanger van Ruben), maar de afgelopen jaren is het telkens raak. Het ene jaar buiten (en dan sta je wel de hele dag te blauwbekken), maar de laatste jaren gelukkig binnen. Stapels bakken en ondertussen stiekem snoepen. Eerst de oliebollen en afsluitend champignons in bierbeslag en appelflappen. De champignons overleven de jaarwisseling eigenlijk nooit. Die zijn gewoon zo heerlijk met knoflooksaus dat die het snelst op zijn. De appelflappen blijven het langst in het nieuwe jaar. Elk jaar weer vries ik een stapeltje in zodat ik op een later moment nog een keertje een appelflap kan nemen. Heerlijk!

Mensen, veel plezier met oliebollen bakken of halen 😉
Tot volgend jaar 😉

doorFrédérique van Egmond

Nood met noot

Om nog eens goed duidelijk te maken hoe vervelend het is om alle verpakkingen te moeten lezen, heb ik een heel erg mooi voorbeeldje. Juist dit soort verpakkingen zorgen ervoor dat ik zo blij ben dat de regels van de verpakkingen aangepast worden!

noot

 

Allereerst begin je met de gewone lijst met ingrediënten. Daar staan geen noten bij genoemd, gelukkig kun je wel in een oogopslag zien welke allergenen er wel in zitten, want die zijn vet gedrukt. Onderaan, onder het thermometertje, worden die allergenen nog eens genoemd. Apart, keurig opgesomd. En dan denk je, yes, het is veilig. Totdat je oog thuis valt op nog een rubriekje daaronder. De “in welke omgeving wordt het gemaakt”. En daar staan dan de noten. En dan denk je shit, weer niet. En van armoe moet je het zelf op eten (nee, flauw, Jochem mag het opeten 😉 )

doorFrédérique van Egmond

“Ik heb een notenallergie”

Deze tijd van het jaar is niet leuk voor kinderen met een notenallergie. Niet dat dat de rest van het jaar wel leuk is, maar vrijwel al het snoepgoed rondom Sinterklaas en zijn pieten (ik laat even in het midden welke kleur ze moeten hebben), bevat noten of zijn gemaakt in een omgeving waar met noten gewerkt worden en is derhalve niet veilig voor Ruben en veel anderen. Mijn zoektocht naar een notenvrije chocoladeletter kent echter een goed einde. Een vriendin van mij herkende het niet alles mogen en eten en heeft een flinke taak op zich genomen door zichzelf voor te nemen om een notenvrije letter voor Ruben te maken. Waar mijn mailtjes naar Verkade en andere fabrikanten allemaal geen fijne uitkomst brachten, kreeg Sharon het voor elkaar om iemand te vinden die EN verstand heeft van chocolade EN voor Ruben een letter wilde maken.  Sharon, dank je wel daarvoor! <3 Uiteraard wil ik nog de naam en toenaam van de lieve meneer die dit mogelijk maakte, zodat ik ook hem kan bedanken!
Stiekem was ik al een beetje op de hoogte gebracht, maar vandaag bleek het echt waar te zijn, er is een letter voor Ruben. Een hoogstwaarschijnlijk prachtige letter, mooier dan welke Verkadeletter dan ook, want speciaal voor hem gemaakt en bovendien notenvrij. En dat verdient hij ook wel een klein beetje!

Maandagmiddag na zwemles zat een klein zakje pepernoten in zijn schoen. Helaas niet de notenvrije variant, dus eerst was hij daar een beetje verdrietig over. Echter bleek de oplossing heel simpel: de pepernoten ging hij aan de badmeester geven, zodat die het bij een ander kindje in de schoen kon doen! (Voor alle duidelijkheid: zowel Ruben als Jochem geloven niet in Sinterklaas 😉 )  “Ik heb een notenallergie, dus ik mag deze niet”, gaf Ruben aan, “maar misschien krijg ik thuis andere pepernoten die ik wel mag!”

Ik hoef denk ik niet te zeggen dat hij behalve wat pepernoten ook een knuffel kreeg 😉

doorFrédérique van Egmond

Vroeger toen ik nog een klein meisje was

woonden wij naast een buurvrouw (echt? ja echt 😉 ). Haar Indonesische roots zorgden ervoor dat ik heel wat nieuwe smaken leerde kennen. Nog steeds maak ik mijn saté met een recept wat oorspronkelijk van haar kwam. Inmiddels heb ik wel een en ander aangepast naar de smaak van mijn jongens, maar de basis is nog steeds hetzelfde.

Deze buurvrouw had ook een mooie kachel. Perfect ding, hout erin en je kon het deeg voor de oliebollen erom heen zetten om te rijzen. Bovenin de kachel was een ruimte waar je dingen kon opwarmen. Toen ik klein was dacht ik altijd dat de bapaobroodjes die mijn buurvrouw uit de kachel haalde, ook uit haar keuken kwamen. Helaas was dat niet zo, maar die broodjes waren altijd erg lekker. Zo lekker dat je mij echt blij kunt maken met een broodje bapao.

Een tijd geleden las ik ergens dat er zoiets bestond als bapaomeel. Meteen mijn moeder een seintje gegeven dat als ze een keer bij een toko kwam, ze een zak mee moest nemen. Een week later kwam ze thuis met een zak bapaomeel en sindsdien stond die zak onaangeraakt in een kastje. Tot vanmiddag.

Want vanmiddag had ik ineens zin om dat deeg te gaan gebruiken, mede doordat we een vrachtlading gehakt in de aanbieding gekocht hadden en dat me tegemoet geurde. Dus op internet een recept gezocht voor het deeg, gekeken naar recepten voor de vulling en uiteindelijk eigenlijk alleen het eerste opgevolgd en het tweede lekker zelf gemaakt.

Op dit moment liggen de eerste broodjes te stomen in de pan. Ik hoop dat ze lekker worden 😉

doorFrédérique van Egmond

Nootjes, allemaal nootjes!

Vanaf begin september (of was het dit jaar al half augustus) worden de winkels weer vol gelegd met pepernoten, kruidnoten, speculaasjes en chocoladeletters. Je kunt bijna niet meer veilig met je kind door de winkel zonder dat er gezeurd wordt om een chocoladesinterklaas of een zak vol met schuimpjes. Prima, ik ben gek op kruidnoten en haal ze ook altijd al vroeg in het jaar, vooral omdat dan de kilozakken nog verkrijgbaar zijn.

Niet omdat ik zoveel kruidnoten eet, maar omdat de kilozakken kruidnoten van Bolletje notenvrij zijn! Alle andere kruidnoten, pepernoten en dergelijke zijn allemaal voorzien van de leuke zin “dit product kan sporen van noten bevatten” of “gemaakt in een fabriek waar ook met noten gewerkt wordt”. Heel leuk en aardig, maar volgens Rubens allergoloog is zo’n product dan een no-go. Hier in huis zijn er dan ook maar weinig van dat soort producten te vinden en als ze er zijn, zijn ze apart opgeborgen. Ruben kan hier gewoon de voorraadkast in lopen en wat pakken zonder dat ik bang hoef te zijn dat hij iets niet pakt wat hij niet zou mogen hebben. Qua notenallergie dan 😉

Terug naar de sinterklaasartikelen. Want vandaag kwam bij mijn favoriete winkel de laatste lichting chocoladeletters binnen. Bonbiance en Verkade was al binnen en die zijn beide niet geschikt voor Ruben. Mijn hoop lag dus op de goedkopere versie, maar zelfs die is niet veilig.
Van de merken die ik ken wordt er simpelweg gemeld “de chocoladeletters gaan door dezelfde productiestraat als de hazelnootvariant”. Groot probleem dus, want uiteraard vind het Ruben chocolade ook erg lekker en zou hij ook graag wat krijgen. Dat hij normaal alleen al door mij gemaakte chocolaatjes mag, vindt hij tot daar aan toe, maar veel verder dan hartjes en bonbonvormen kom ik niet en aan een sinterklaasfiguur ga ik me niet wagen. Komt bij dat ik ook geen grote R-vorm heb om een letter te maken!

Chocoladeletter

Op internet heb ik één partij gevonden die me kan helpen aan een notenvrije chocoladeletter S, maar dan wel voor een bedrag inclusief verzendkosten van 25 euro. Dat vind ik een beetje te gortig, ik denk dat ik daar liever een doos LEGO voor zou kopen waar we jaren lang plezier van hebben.

Ook de (banket)bakkers in Haaksbergen (ok, eerlijk is eerlijk, ik heb ze niet allemaal gevraagd) geven aan dat ze geen notenvrije chocoladeletters kunnen leveren.

Wat te doen? Gaan oefenen op grotere stukken chocolade? De chocolade zo bewerken dat ik met een spuitzak zelf een R kan maken? Tips zijn zeer welkom!

doorFrédérique van Egmond

Informatieverwerking van mensen met autisme

Vanavond was ik aanwezig op de Refereeravond van het lectoraat GGZ bij Saxion Deventer. Niet om in de zaal te zitten, maar om samen met Margretha en Chavez een lezing te geven. De avond begon om 19 uur en allereerst stonden we ons voor te bereiden voor een lege hoorzaal. Saillant detail: jaren geleden heb ik les gehad in diezelfde zaal, nu stond ik dus zelf voor het bord. 😉

leeg

Even na het begin stroomde werkelijk waar de volledige zaal vol. Blijkbaar is autisme zo’n hot item (of Margretha natuurlijk), aangezien voorheen het maximale aantal bezoekers op 100 man lag. Deze avond waren er 200 mensen die blijkbaar interesse hadden in informatieverwerking bij autisme.

Al vrij snel konden we van start gaan met onze presentatie, een interactief stuk waarbij we ook de zaal wilden betrekken. We begonnen met een aantal stellingen en vroegen ons af wie van de aanwezigen dachten dat bijvoorbeeld autisten niet kunnen liegen, elke dag heel veel structuur nodig hebben, of heel veel begeleiding nodig hebben. Het was de bedoeling om na de presentatie dezelfde vragen nog eens te stellen en dan uiteraard heel andere antwoorden te krijgen. Zo ver kwam het niet eens. De avond verliep zo goed en zo interactief dat we rustig nog een tijd door hadden kunnen gaan om nog meer vragen te beantwoorden, adviezen te geven en discussie hadden kunnen houden.

Al met al een heerlijke avond, het is fijn om mensen duidelijk te kunnen maken dat autisten een heleboel zelf kunnen en wel degelijk leerbaar zijn. Wat ontzettend fijn om met een goed gevoel af te sluiten en zoveel positieve geluiden te horen. Van professionals tot psychologiestudenten maar ook studenten van andere studies die er puur waren omdat het ze ‘wel interessant leek’, maar verder niets wisten. Mensen die je aanspreken en bedanken voor de inzichten die ze gekregen hebben. Margretha, wat een heerlijk werk heb je eigenlijk!

doorFrédérique van Egmond

Met zonder nootjes!

Ruben heeft een notenallergie. Op sommige punten is dat geen enkel probleem (er zijn nog steeds genoeg koekjes en snoepjes te vinden waar geen noten of sporen van noten inzitten en die ook nog eens niet in een omgeving gemaakt zijn waar ook noten gebruikt worden), maar als het gaat om chocolade, dan is het een ramp.

Denk je maar eens het chocoladeschap in bij de supermarkt. Daar ligt de melkchocolade naaste de pure en de witte en de, inderdaad gevuld met nootjes, chocolade met hazelnoot. Allemaal uit dezelfde fabriek en dus allemaal verboden terrein voor Ruben. Zo ook eigenlijk alle chocolaatjes met Pasen, de kerstdagen of welke feestdag dan ook.

Ruben wilde met zijn verjaardag echter een chocoladetaart. Dat kon geregeld worden, want er zijn wel chocoladedrops of chocolademelts (kleine stukjes chocolade die je kunt smelten en gebruiken voor het decoreren van taarten en dergelijke) die WEL volledig notenvrij zijn. Vlak voor zijn verjaardag had ik dus een doosje van dat spul gehaald. Best wel een gedoe om dat fatsoenlijk te verwerken, maar hey, een beetje oefenen en ik moest dat wel kunnen. Bij de Makro pas een grotere bak gehaald en ook een andere smaak, zodat er een beetje afwisseling kon zijn.

Vandaag heb ik de stoute schoenen aangetrokken. Chocolade au bain-marie smelten en daarna in de siliconenvorm. Theelepeltjesvorm om precies te zijn, want jullie snappen al wel dat ik de legomannetjes nergens kon vinden (die zit vast ergens in de vriezer met nog wat ijsblokjes erin 😛 ). Veel geklieder, veel vingers om af te likken, maar er staat zowaar wat in de koelkast om af te koelen. Komt Ruben kijken wat ik aan het doen ben. Keurig aan het uitleggen dat ik aan het kijken ben hoe ik het beste chocolaatjes kan maken, vraagt hij of hij zo’n chocoladedrop mag proeven. Tuurlijk knul. En daarna wilde hij er nog eentje. En nog eentje. Waarom deed ik eigenlijk de moeite om het netjes ergens in te krijgen als hij die drops zo al lekker vindt?

Het is namelijk een behoorlijk rotklusje om die chocolade netjes in de mal te krijgen!chocolade